
Katten worden vaak gezien als eenzame wezens die hun eigen weg gaan. Het is waar dat hun voorouders, de Noord-Afrikaanse wilde katten, het grootste deel van hun leven alleen zijn, maar door domesticatie zijn de sociale levens van katten veel interessanter geworden.
Er zijn meer dan 300 miljoen huiskatten ter wereld. Voor deze katten word meestal door mensen bepaald met wie ze hun huis delen. Soms leidt dit tot levenslange vriendschappen, maar in andere gevallen kunnen de huisgenoten elkaar nauwelijks verdragen en in constante stress leven of zelfs vechten. Maar wat gebeurt er als katten zelf kunnen kiezen met wie ze hun leven delen, en hoe kan deze kennis ons helpen om betere levens te bieden aan onze huisdieren?
Meer voedsel – meer katten
Het sociale leven van wilde katten hangt sterk af van de beschikbare middelen: voedsel en schuilplekken. Als de middelen schaars zijn, leven katten voornamelijk alleen. Vrouwtjes bezetten hun eigen territorium en verdedigen dat tegen andere vrouwtjes. Wanneer de kittens ongeveer 5-6 maanden oud zijn, jaagt de moeder ze weg en moeten ze hun eigen territorium zoeken. Katers dwalen grotere gebieden af om loopse vrouwtjes te vinden.
Als het territorium van een vrouwtje rijk is, bijvoorbeeld doordat er menselijke hulpbronnen beschikbaar zijn, laat de moeder haar dochters soms bij haar blijven, waardoor een kleine kolonie ontstaat waarin vrouwtjes elkaar helpen bij het verzorgen van hun jongen. Ze kunnen samen een nest bouwen, elkaars kittens zogen en wanneer één poes op jacht gaat, verdedigen de anderen het nest indien nodig. Deze voordelen van het sociale leven lijken een ernstig nadeel van een gemeenschappelijk nest te compenseren – wanneer één kat ziek wordt, verspreidt de ziekte zich gemakkelijk naar anderen. Kittens zijn bijzonder kwetsbaar; als er één ziek wordt, kunnen ze allemaal sterven. Soms kan een familie een onverwant vrouwtje in de groep opnemen, vooral als ze al langere tijd aan de rand van hun territorium heeft geleefd.
Mannetjes zijn meestal solitair, maar families kunnen ook een of twee katers bevatten, waarschijnlijk de vader(s) van de laatste nesten. Ze helpen de groep en hun territorium te verdedigen. Ze jagen andere mannetjes weg om de vrouwtjes voor zichzelf te claimen, maar kunnen ook weggaan om op zoek te gaan naar meer vrouwtjes om mee te paren, als ze dat veilig achten.

Als er nog meer voedsel is, bijvoorbeeld in de buurt van vuilnisbeltjes of waar veel mensen actief katten voeden, kunnen meerdere families naast elkaar leven in grote kolonies van soms wel honderden katten. In dergelijke kolonies helpen familieleden elkaar en brengen tijd samen door, maar niet-familieleden tolereren ze slechts en hebben er veel minder contact mee. De families concurreren met elkaar om territoria die dichter bij de voedselbron liggen. Wanneer dergelijke welvarende families groeien, zal de spanning tussen de leden op een gegeven moment leiden tot een opsplitsing, en moet een deel van de familie het territorium verlaten om een eigen plek te vinden.
In grote kolonies, waar katten dicht op elkaar leven, kunnen mannetjes vrouwtjes niet langer monopoliseren. Ze kunnen zich niet veroorloven om met elke andere kater te vechten, dus proberen ze met zoveel mogelijk vrouwtjes te paren. Vrouwtjes paren meestal met meerdere mannetjes, maar geven de voorkeur aan bekenden boven vreemden.
Communicatie en het onderhouden van banden
Het leven in groepen leidde tot de ontwikkeling van een uniek signaal voor vriendschappelijke bedoelingen – de staart omhoog. Kittens, ook van verwante katten-soorten, gebruiken dit signaal bij het naderen van hun moeder. Maar alleen huiskatten gebruiken dit als volwassen dieren. Een theorie zegt dat dit signaal zich ontwikkelde in het oude Egypte, waar katten in grote groepen gefokt werden (een onnatuurlijke situatie voor wilde katten), en een duidelijk signaal van vriendschappelijke bedoelingen hielp hen onnodige conflicten te vermijden.

Na een begroeting met opgestelde staarten naderen katten elkaar vaak en wrijven koppen, flanken en/of staarten tegen elkaar, voordat ze weer weggaan. Dit gedrag komt voor tussen twee willekeurige katten uit dezelfde groep, maar wordt vaker vertoond wanneer vrouwtjes mannetjes begroeten, of jonge katten vrouwtjes. Dit gedrag kan helpen de groepscohesie te behouden via geuruitwisseling en als bevestiging van vertrouwen tussen de dieren. Elkaars vacht likken lijkt dezelfde functie te hebben bij het onderhouden van banden tussen katten; in het wild gebeurt dit meestal tussen verwante katten.
Niet alle katten kunnen echter goed met elkaar opschieten, en zoals eerder gezegd kunnen conflicten ontstaan. Sommige tekenen van conflict zijn subtiel, zoals staren. Lichaamshouding en geluiden, zoals blazen, zijn duidelijkere signalen van vijandigheid. Ze zijn bedoeld om de andere kat op afstand te houden en een fysiek gevecht te voorkomen dat ernstige gevolgen kan hebben, direct en indirect (bijvoorbeeld via wondinfecties). Goede communicatie is vooral belangrijk in gebieden waar veel katten samenleven.
Katten leren hun sociale vaardigheden van hun moeder en broertjes en zusjes. Dit vindt vooral plaats in de ontwikkelingsfase van 7 tot 14 weken, maar blijft ook daarna doorgaan zolang de kittens bij hun familie verblijven. Spelen met broertjes en zusjes ontwikkelt ook cognitieve, roof- en motorische vaardigheden.
Wanneer het tijd is om alleen te zijn
Hoewel katten hun leven dus met elkaar kunnen delen, is er één domein waarin ze strikt solitair zijn – jagen. Zelfs katten die dezelfde jachtgebieden gebruiken, doen dit zelden tegelijkertijd en werken niet samen bij het jagen. Hun prooi is niet groot genoeg om te delen, dus katten eten liever alleen, ook al kunnen ze elkaars aanwezigheid tolereren wanneer er veel voedsel is.
Hoe zit het met onze huiskatten?
In onze huizen bepalen wij hoe lang katten bij hun moeder blijven, met wie ze leven en wanneer en waar ze eten. Hoe kan wat we geleerd hebben over het sociale leven van katten die vrij kunnen ronddwalen, helpen bij het verzorgen van onze huiskatten?

In sommige landen (ook in Nederland) worden kittens vaak te jong van hun moeder gescheiden. Een kitten al met acht weken van moeder en broertjes en zusjes weghalen kan leiden tot verstoringen in het gevoel van veiligheid en emotionele stabiliteit, en het leerproces verstoren. Dit kan resulteren in diverse gedragsstoornissen en het risico op problemen bij het opbouwen van relaties vergroten, zowel met andere katten als met mensen. Een betere adoptieleeftijd is 12 of zelfs 16 weken, vooral als de kittens opgroeien in een goed huis, waar ze zorgvuldig worden voorbereid op het leven met mensen.
Katten tonen meestal een natuurlijke afkeer tegenover vreemde katten. Daarom biedt adoptie van twee kittens uit hetzelfde nest of van een moeder met haar (vrouwelijke) nakomeling(en) de grootste kans op een succesvolle, langdurige relatie. Uiteraard is deze optie niet altijd beschikbaar, en onverwante katten kunnen ook harmonieus samenleven. Toch moet er zorgvuldig worden geïntroduceerd wanneer een nieuwe kat in huis komt, om de kans op succes te vergroten. Als je niet zeker weet hoe je dit moet aanpakken, vraag dan advies aan een gedragstherapeut voor katten. Zo kun je toekomstige problemen voorkomen.
Helaas is agressie tussen katten een van de meest voorkomende problemen waarmee mensen bij gedragstherapeuten komen. Soms zijn conflicten tussen katten in hetzelfde huishouden subtieler. Ze worden niet altijd opgemerkt door de eigenaren, maar hebben toch negatieve gevolgen voor het welzijn van de dieren. Als jouw katten elkaar vaak aanstaren, als de ene kat de andere blokkeert bij hulpbronnen (kattebak, rustplek, voedsel of water), of als de ene kat de kamer verlaat zodra de andere binnenkomt, dan is hun relatie niet goed. Zoek professioneel advies om het leven van jouw katten te verbeteren.
Tot slot: zet de voerbakken van jouw katten niet naast elkaar. Ze kunnen het tolereren, maar zullen waarschijnlijk liever op afstand eten of zelfs in verschillende kamers. Zo’n kleine aanpassing kan een groot positief effect hebben op de relatie tussen jouw katten.
Dit was slechts een kleine blik in het sociale levens van katten. Natuurlijk heeft de domesticatie van katten ook grote invloed gehad op het andere aspect van hun sociale leven: hun relatie met ons. Maar dat is een onderwerp voor een ander artikel.
